Geopolitiek en beleggingen: eerste kwartaal 2026 in cijfers

    Na een sterk slot van de maand februari sloten de meeste wereldwijde aandelenindices rond recordstanden. Nog in februari, maar in het weekend, begonnen de Verenigde Staten echter met aanvallen op Iran. Dit zorgde bij de start in maart direct voor forse bewegingen op de financiële markten.

    Doordat er nagenoeg geen scheepvaart meer plaatsvond door de Straat van Hormuz, stokte een groot deel van de wereldwijde aanvoer van olie en gas. Als gevolg hiervan steeg de prijs van een vat Brentolie in Amerikaanse dollars met 43%, terwijl de Europese gasprijs opliep met 59%. Aandelenmarkten reageerden negatief op deze ontwikkelingen. De MSCI All Country World Index daalde in maart met 4,9%.

    Opvallend was dat de aandelenmarkten in de Verenigde Staten relatief beperkt corrigeerden, ondanks het feit dat de VS samen met Israël aanvallen richting Iran uitvoerden. De MSCI North America daalde met 2,6%. Een belangrijke verklaring hiervoor is dat de Verenigde Staten en Canada grotendeels zelfvoorzienend zijn in olie en gas. Regio’s die sterk afhankelijk zijn van energieimport uit het MiddenOosten werden aanzienlijk harder geraakt. De opkomende markten daalden met 10,9%, Japan met 10,3%, en ook Europa kreeg een forse klap te verwerken met een daling van 7,7%.

    Ook op sectorniveau waren de bewegingen goed te verklaren vanuit de onrust in het MiddenOosten. De energiesector was de enige stijger en deed dat overtuigend met een plus van 13,2%. Sectoren die juist gevoelig zijn voor hogere energieprijzen kwamen onder druk te staan. De sector basismaterialen daalde met 9,5% en de industriesector met 8,6%. Wij beleggen momenteel niet in de cyclische sectoren energie en basismaterialen, waardoor de positieve en negatieve bijdrage van deze sectoren elkaar binnen de portefeuille grotendeels ophieven. De sector industrie is daarentegen met een weging van circa 21% wel relatief zwaar vertegenwoordigd in onze portefeuille.

    Dit zagen wij terug bij de grootste dalers binnen de portefeuille. Het Franse industriële concern SaintGobain, dat onder andere bouwmaterialen produceert via een energieintensief productieproces, daalde met 19%. Ook Siemens had het moeilijk en verloor 17%. De grootste daler was echter een aandeel dat doorgaans als relatief defensief wordt gezien: Unilever. Het aandeel daalde met 22% na de aankondiging dat het concern zich via een grote cash en aandelendeal met het Amerikaanse McCormick grotendeels gaat terugtrekken uit de voedingsdivisie.

    Ook in mindere beursmaanden zijn er altijd winnaars te vinden, al waren die in maart schaars. Van de dertig aandelen in onze portefeuille sloten er slechts drie de maand met een positief rendement af. Cisco steeg licht met 0,3%, IBM won 3,6% en Pfizer wist zich met een plus van 4,3% te onttrekken aan de algehele beursmalaise.

    Het slot van maart en de start van april lieten een iets herstellend beeld zien. Er werd een staakthetvuren afgesproken tussen de Verenigde Staten en Iran en de gesprekken werden hervat. Hoewel de onderhandelingen moeizaam verlopen, is er op de financiële markten enige mate van geruststelling zichtbaar en zijn koersen voorzichtig opgekrabbeld.

    Voor ons als dividendbelegger zijn de maanden april en mei traditioneel belangrijke maanden. Veel Europese bedrijven keren hun dividend één of tweemaal per jaar uit, waarbij het zwaartepunt van deze betalingen in deze periode ligt. Daarnaast is het eerste kwartaal inmiddels afgerond en kijken wij met belangstelling uit naar de komende kwartaalcijfers. Het zou prettig zijn als beleggers zich weer meer kunnen richten op de bedrijfsontwikkelingen, en geopolitieke spanningen wat naar de achtergrond verschuiven, wat uiteraard ook vanuit menselijk oogpunt zeer wenselijk zou zijn.

    Terugblik eerste kwartaal

    Aandelenmarkten

    De wereldwijde aandelenmarkten begonnen het jaar goed. De verwachting van beleggers dat de Federal Reserve de rente in de VS in de loop van het jaar gaat verlagen was daarvoor een belangrijke aanjager. Dit ondanks dat Kevin Warsh, de beoogde opvolger van Fedvoorzitter Jerome Powell wellicht voorzichtiger zal zijn met verdere renteverlagingen dan andere mogelijke kandidaten. Ook de uitspraak van het Amerikaanse hooggerechtshof dat een deel van de door president Trump ingevoerde importheffingen onrechtmatig is werd door beleggers positief ontvangen. Ten slotte gaven ook goede kwartaalcijfers van vooral Amerikaanse bedrijven de markten een impuls.

    De geopolitieke onrust hield aan. De VS intervenieerden in Venezuela en brachten president Maduro over naar New York om hem te berechten. Daarnaast herhaalde president Trump zijn wens om Groenland in te lijven. In de loop van februari nam de spanning verder toe door de sterke uitbreiding van de militaire aanwezigheid van de VS in de richting van Iran. Desondanks stond de MSCI All Countries World Index eind februari op een winst van 3,7%. De stijging werd ditmaal niet gedragen door de grote technologiebedrijven in de VS, maar juist door de brede markt. Ook Europese aandelen presteerden sterk.

    De oorlog tegen Iran die de VS en Israël op 28 februari begonnen, had naast al het menselijk leed, ook grote gevolgen voor de financiële markten. Olie- en gasprijzen schoten omhoog en aandelenkoersen daalden scherp. De gehele maand maart werden markten, vooral door uitspraken van president Trump, heen en weer geslingerd tussen hoop op een snel einde van de oorlog en vrees voor een lang conflict met grote economische gevolgen. Eind maart leek de hoop op een spoedige afloop de overhand te hebben. De MSCI ACWI verloor die maand weliswaar bijna 5%, maar gezien alle onzekerheden is het uiteindelijke kwartaalverlies van 1,3% nog relatief beperkt.

    Sectorontwikkelingen

    Aandelen in Japan (+3%) en ontwikkeld Azië (+5%) presteerden dit kwartaal het beste. Ook de opkomende markten (+2%) boekten winst. Europese aandelen daalden flink in maart, maar met een kwartaalverlies van 1% bleef de schade nog beperkt. Noord-Amerikaanse aandelen waren in het eerste kwartaal de hekkensluiter met een negatief rendement van 2,5%. Dit was vooral te wijten aan de slechte performance van de technologiesector. Daarbinnen hadden vooral de softwarebedrijven het zwaar. Aandelen van bedrijven zoals Adobe, Intuit en Salesforce daalden met tegen de 30%. Beleggers vrezen dat goedkope AI-toepassingen een deel van hun diensten gaan vervangen. Maar ook bedrijven die tot voor kort gezien werden als AI-winnaars zoals Microsoft, Oracle en Palantir leden gevoelige koersverliezen. Ook de sectoren duurzame consumptiegoederen en communicatiediensten bleven achter. De grote winnaar was, (uiteraard) de sector energie, die profiteerde van de sterk gestegen olie- en gasprijzen. De defensieve sectoren nutsbedrijven en consumptiegoederen behoorden ook tot de winnaars.

    Portefeuille ontwikkelingen

    Onze aandelenportefeuille had dit jaar een vliegende start en presteerde in de eerste twee maanden ruim beter dan de benchmark. Dit was vooral te danken aan ons grotere belang in Europese aandelen. Ook de aandelen met een bovengemiddeld dividendrendement, waar wij ons speciaal op richten, presteerden in die periode goed. Helaas keerde het tij in maart. Als grote importeur van olie en gas heeft Europa veel meer last van de gestegen prijzen daarvan. Dit geldt zowel voor consumenten als voor bedrijven. Daardoor bleven Europese aandelen ruim achter in maart. Uiteindelijk presteerde onze portefeuille met een verlies van 1,0% in het eerste kwartaal nog net iets beter dan de benchmark. Het niet beleggen in olie- en gasbedrijven kostte rendement, evenals onze aandelenkeuzes in de sectoren industrie, consumptiegoederen en gezondheidszorg. Dit alles werd goedgemaakt door onze aandelenkeuzes in de technologiesector. In die sector beleggen wij niet in softwarebedrijven en juist relatief veel in de minder hoog gewaardeerde bedrijven in de halfgeleidersector. De koersontwikkeling van de aandelen in onze portefeuille liep sterk uiteen. Met een rendement van ruim 49% was Corning de grootste winnaar. Andere koplopers waren BE Semiconductor en Garmin. Novo Nordisk was hekkensluiter met een verlies van ruim 27%. Andere achterblijvers waren Qualcomm en Coloplast.

    Obligatiemarkt

    De obligatiemarkten in de eurozone volgden in het eerste kwartaal ongeveer hetzelfde patroon als de aandelenmarkten. In januari en februari daalden de obligatierentes, en stegen de obligatiekoersen, door afnemende inflatie en de verwachting dat de Europese Centrale Bank de rente dit jaar niet meer zou verhogen. Ook dat beeld is totaal omgeslagen na de aanval van de VS en Israël op Iran. Door de stijging van de olie- en gasprijzen zal de inflatie oplopen en werd al snel op de rentemarkten ingeprijsd dat de ECB de rente in de komende maanden één of twee keer gaat verhogen. De hogere verwachte inflatie leidde in maart tot een stijging van de rente op 10-jaars obligaties in de eurozone met tussen de 0,3%-punt (Duitsland) en 0,6%-punt (Italië). 

    De onzekerheid over de duur van de oorlog en de uiteindelijke invloed op de economie en de inflatie leidde ook tot een oplopen van het renteverschil tussen Duitsland en de andere eurolanden. Per saldo steeg de 10-jaars rente in Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje in het eerste kwartaal respectievelijk 3,0%, 3,7%, 3,9% en 3,5%. De rente op bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit steeg met 0,5%-punt tot 3,7%. Het renteverschil met staatsobligaties is daarmee nog altijd lager dan in de afgelopen jaren. Zowel onze obligatieportefeuille als onze obligatiebenchmark boekten een negatief rendement van 0,6% in het kwartaal. 

    Onze aanpak

    Actief beleggen loont. Onze kennis en ervaring, onze gedegen analyses en onze consistente stijl leveren daadwerkelijk resultaat op voor uw vermogen. Met onze bewezen aanpak streven we naar een fijne samenwerking en aantrekkelijke rendementen voor u. Als specialist in dividendbeleggen selecteren wij hoogwaardige aandelen met een sterk dividend en dit is waar wij het verschil maken. Dankzij onze langetermijnaanpak geniet u van stabiele vermogensgroei en een groeiend jaarinkomen, terwijl wij de dagelijkse marktbewegingen voor u in de gaten houden.

    Beleggingsfilosofie

    Een lange beleggingshorizon maakt het mogelijk om een bovengemiddeld rendement te behalen ten opzichte van een relevante benchmark met een beperkt extra risico. Dit bereiken wij door het maken van weloverwogen, uitgesproken keuzes binnen de beleggingscategorieën aandelen. Het tactisch beleggingsbeleid, het meer of minder beleggen in een bepaalde beleggingscategorie op basis van een bepaalde marktvisie, zien wij niet als een structurele bron van extra rendement.

    Dividend

    De focus van ons beleid ligt op kwaliteitsaandelen die een hoger dividendrendement hebben dan het gemiddelde van de MSCI All Countries World Index. Naast de hoogte van het dividend is de verwachte dividendgroei ook een belangrijke pijler waar wij naar kijken. Deze focus op dividendkwaliteit vormt de basis voor stabiele vermogensgroei én een aantrekkelijk inkomen uit uw beleggingen.

    Bent u benieuwd wat onze beleggingsvisie voor uw vermogen kan betekenen? Plan dan een vrijblijvend gesprek om uw vermogensdoelstellingen te bespreken. Ervaar zelf het verschil van persoonlijk, transparant vermogensbeheer.

     

    De informatie in deze tekst is uitsluitend bedoeld voor algemene doeleinden en is uitdrukkelijk niet bedoeld als een advies of aanbeveling. Hoewel de informatie met de meeste zorg is samengesteld, kan Heeren Vermogensbeheer B.V. niet instaan voor de juistheid, volledigheid en actualiteit ervan. Heeren Vermogensbeheer B.V. heeft een vergunning als beleggingsonderneming van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en staat onder toezicht van de AFM en De Nederlandsche Bank.